Blog

Jubileum – 40 jaar schrijver

22 juni 2020

Juni 1979 fietste ik bloednerveus naar Uitgeverij Kosmos op de Herengracht. Ik kreeg drie minuten om uitgever Josephine Vonk te spreken. Ik wilde haar per se zelf mijn eerste manuscript overhandigen – het leek me beter dat ze mijn gezicht bij de verhalen voor zich zag dan een postzegel. Een jaar later verscheen mijn debuut, Elke dag een hokje, met illustraties van Ietje Rijnsburger.

Er volgden wat recensies in allerlei kleuren en maten:
In de Lektuurgids noemde M. De Bruijne het “een fijn boek dat menig
lezertje van om en bij de zeven zal boeien”.
In de NBLC-aanbiedingstekst stond: “Eentonige verhaaltjes. Er gebeurt weinig…”
Klas 3 en 4 van de Chr. School in Elden sprak dat laatste tegen. In hun recensie in het AD stond: “Wij vonden het een leuk boek, omdat er zoveel gebeurt. Het enige wat we minder leuk vonden, was het slot. We hadden verwacht dat Sjoerds vader thuis zou komen…”
Ze konden niet weten dat ik al aan een tweede deel was begonnen om aan die wens te voldoen. En dat ik zou blijven schrijven. Sinds 1987 fulltime, en nu, in 2020 ben ik dus 40 jaar schrijver en geeft Querido een bloemlezing uit met 40 Jubelientjeverhalen: De mooiste Jubelientjes. Feestjes moet je vieren.

Pabo – serieus?

13 februari
Laatst gaf ik een poëzielezing op een pabo. Doel was om allerlei lesideeën te geven om met poëzie aan de slag gaan in de praktijk. Dat was ook wel nodig, want de eerstejaars studenten lazen nauwelijks, begreep ik, en zeker geen poëzie.
De les ging goed, maar… ongeveer 40% van de studenten was afwezig – het volgen van (gast)colleges bleek op de Hogeschool niet verplicht te zijn, en dat verwondert mij. Over leesvaardigheid bestaan nogal wat zorgen de laatste tijd. Je verwacht dat een pabo professionals aflevert, dat je (klein)kind in de klas komt bij een leerkracht die op de hoogte is van jeugdliteratuur en rijk taalonderwijs kan geven.
Op de pabo die ik bezocht werd hardop getwijfeld aan de leesvaardigheid van de studenten. Een docent vertelde dat veel studenten grote moeite hadden om een simpel betoog te lezen en te begrijpen. Anderhalf A4’tje bleek te veel van het goede, maar dat ene zinnetje over het weg mogen blijven bij colleges konden ze kennelijk wel goed aan. Leve de vrijblijvendheid?

Een hbo/pabo “vult” de opleiding met onderdelen die van belang geacht worden voor de toekomstige beroepspraktijk. Van toekomstige leerkrachten mag je in deze tijd van ontlezing verwachten dat ze op de hoogte zijn van het boekenaanbod, van prentenboeken, poëzie en (non)fictie. Onderdeel van hun werk wordt dat ze in hun eigen klassen boeken en lezen stimuleren, en zo de woordenschat van de leerlingen verrijken. Zonder kennis van zaken, en zonder taal kom je niet zo ver.
Wil je je (klein)kind in een klas hebben bij een leerkracht die dit onderdeel van het vak niet beheerst? Of anders gezegd: voel je je veilig in de auto bij een chauffeur die bij het rijexamen alleen de vierkante verkeersborden hoefde te kennen? Ikke nie.

VRAGEN:
• Is het op meer pabo’s zo georganiseerd dat lessen niet verplicht zijn?
• Zou je je kind in de klas willen hebben bij een leraar die zelf niet leest?
• Neem je als directie van een pabo je eigen opleiding wel serieus als je dit verzuim van (gast)colleges toestaat?

Leeshonger stillen

11 december 2019

Gisteren gaf ik via de onvolprezen Schrijverscentrale mijn laatste poëzielessen van dit jaar, ik bezocht de brugklassen van een school voor voortgezet onderwijs in Laren om de liefde voor poëzie over te brengen. In gedichten (en verhalen) staat zoveel moois. Dat vindt minister van Engelshoven ook. ‘Lezen is prachtig!’ zegt ze, en in het kader van het dalende leesplezier belooft ze op korte termijn een publicatie aan alle scholen over wat werkt om het leesonderwijs te verbeteren. Mooi. Als ze ook maar verwijst naar De Schrijverscentrale, een organisatie waar honderden schrijvers en illustratoren te boeken zijn. Tijdens een schoolbezoek krijgen leerlingen een inkijkje in de achtergronden van de verhalen, en en passant worden de docenten frisse lesideeën aangereikt.
Een schrijver in de klas… dat werkt! De boeken van de schrijvers zijn na een klassenbezoek vaak niet aan te slepen. Leesplezier? Leeshonger past beter.
Dus als ik de minister een advies mag geven: laat alle scholen weten dat er een Schrijverscentrale bestaat, en zorg ervoor dat scholen auteurs uit kunnen nodigen. Mocht de minister zelf willen ervaren hoe het werkt, ze is van harte welkom om een keer een les bij te wonen.

Tommy Wieringa op Urk

9 november 2019
Een tijd geleden moest ik in de bibliotheek van Urk optreden. Ik liep over de jeugdafdeling naar het zaaltje. Tussen de boekenkasten zaten opvallend veel kinderen te lezen. Tientallen. Op de grond, op krukjes, aan tafels. En allemaal in opperste concentratie.
‘Is het altijd zo druk hier?’ vroeg ik aan de bibliothecaris.
‘Meestal wel,’ fluisterde ze. ‘Maar je moet ook even kijken wát de kinderen lezen: alleen maar boeken met een rode stip op de rug. Vanwege het geloof mogen ze die boeken van hun ouders niet mee naar huis nemen, en zo’n leenverbod maakt nieuwsgierig, dus dan lezen ze die rode-stip-boeken hier.’
Aan deze Urkse vorm van leespromotie bij kinderen heeft Tommy Wieringa deze week een aantrekkelijke vorm toegevoegd. Niet alleen boeken verbieden, maar ook verstoppen. En zo komt het met het lezen helemaal goed.

De reis van Yarim

12 juni 2019

De reis van Yarim is Kerntitel van de Kinderboekenweek in 2019.

In 1990 reisde ik door Pakistan en Jordanië om onderzoek te doen voor mijn historische roman Het gouden oog. Twee jaar later trok ik met Monique en onze dochter door Syrië om de volgende twee boeken over Yarim voor te bereiden – de vader van de huidige Assad was toen als dictator aan de macht, maar het land werd nog niet door oorlog verscheurd.
Vijf jaar heb ik aan de historische verhalen gewerkt. Omdat ze veel voor mij betekenen, bundelde Querido ze toen ik het Kinderboekenweekgeschenk schreef: De reis van Yarim. En vandaag is er na tien jaar een prachtige herdruk verschenen van deze historische roman, 492 blz. dik.
Ik ben blij!

Over de reis naar Syrië schreef ik een reisverhaal, hieronder het begin:

Onze dochter Imme was zeven jaar. Oud genoeg om met een rugzak door Syrië te trekken, dachten Monique en ik. Als voorbereiding voor een historische roman wilde ik opgravingen en musea bekijken en voelen hoe het is om in een woestijn rond te lopen. En naar Palmyra natuurlijk – hoe sprookjesachtig kan de naam van een stad klinken? We kozen een periode buiten het vakantieseizoen, en een hotel in Damascus waar in die periode ongetwijfeld plaats voor ons zou zijn. Ver na middernacht kwamen we aan, en vervolgens reed de taxichauffeur
ons twee uur lang van hotel naar hotel naar hotel. Overal hetzelfde antwoord: maffi – vol! Maffi maffi – vol vol. Pasen werd hier een week later gevierd dan bij ons en iedereen leek op vakantie: nergens in Damascus was een kamer te vinden. Maar gelukkig, de taxichauffeur had vrienden en die vroegen minder dan een hotel. Bij een flat in een buitenwijk ging hij even naar binnen. Blij lachend kwam hij terug. Monique droeg Imme door een stinkend gangetje naar een slaapkamer met een tweepersoonsbed. Geen lakens, geen dekens, het matras was nog warm – kennelijk had de chauffeur zijn vrienden snel het bed uitgejaagd. Het keukentje werd bewoond door honderden kakkerlakken die ritselend wegschoten toen ik het kale peertje aanknipte. We besloten naar iets anders uit te kijken en kropen de taxi weer in. Tegen vijf uur belandden we doodmoe in de laatste vrije kamer van heel Damascus. Met zijn drietjes wurmden we ons in een twijfelaar. Honderd dollar, de kop was er af.

De volgende middag bezochten we de souk. Tapijtverkopers, schoenmakers, zilversmeden, stalletjes vol plastic bakjes, broodjes falafel. Ik genoot van het onbekende, van de drukte, de opdringerige verkopers. Imme werd pas enthousiast toen ze een hondje ontdekte. Net zo’n hondje als ze thuis in een speelgoedwinkel had gezien. Als je er batterijen in deed, liep het venijnig keffend over de toonbank. Zo’n hondje, dat was precies wat ze wou. Maar hier verkochten ze alleen witte en zij wou een bruine. ‘Vinden we wel,’ zei ik, niet vermoedend dat we vanaf dat moment alle speelgoedstalletjes in Damascus, Hama, Palmyra, Deir ezzor, Tartus en Aleppo met een bezoek zouden vereren…

Poëzie ontbreekt

3 mei 2019

Er dreigen opnieuw bibliotheken te verdwijnen. Volgens sommigen is dat geen probleem, omdat er ter vervanging bibliotheken op scholen worden ingericht. Zo’n dBos (Bibliotheek op school) is makkelijk bereikbaar voor kinderen, maar heeft als nadeel onder andere dat hij tijdens schoolvakanties gesloten is. Daarnaast is het de vraag of kinderen in zo’n dBos aan hun trekken komen wat boekkeuze betreft. In 210 van dergelijke schoolbibliotheken is dat laatste onderzocht.

Conclusies:
• een groot deel van de dBos heeft een veel te kleine collectie in huis;
• er is geen dBos te vinden die voldoet aan de gestelde normen wat betreft variatie in de collectie: vooral prentenboeken, vrijleesboeken en dichtbundels ontbreken – zie onderstaande grafiek.

Bij de norm zelf kun je ook de nodige vraagtekens zetten, bijvoorbeeld bij het aantal poëziebundels. Een goede dBos zou per 100 bovenbouwboeken één dichtbundel in huis moeten hebben. Eén? Ja, één! En per 100 onderbouwboeken 2,5 dichtbundel. Da’s dus 3,5 dichtbundel per 200 boeken… Maar wat blijkt? 66% van het aantal bibliotheken op school haalt zelfs die drie-en-een-halve dichtbundel niet.

Gezien de toenemende laaggeletterdheid zou je bibliotheken zeker niet moeten sluiten. Een bibliotheek op school kan een toevoeging zijn, geen vervanging, maar dan moet de collectie wel een volwaardig menu bieden. Poëzie hoort thuis op de Schijf van Vijf, schreef dichter Anke Herder. Voor een volledig menu moet de dBos-poëzienorm hoognodig aangepast worden, want wat je niet proeft, leer je niet eten.

Naar optimale jeugdcollecties in bibliotheken en op scholen
Onderzoek in opdracht van Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek
Uitgevoerd door Probiblio en Pleiade Management & Consultancy

Inhalen

11 oktober
Mijn broer was vrachtwagenchauffeur. Vandaag 40 jaar geleden verongelukte hij vlak bij Hamburg. Mijn moeder kon na die gruwelijke gebeurtenis nooit meer vrijuit lachen.
Wim was vier jaar ouder dan ik. Mijn moeilijkste verjaardag was de dag waarop waarop ik hem in leeftijd voorbij ging. Daarover schreef ik het gedicht inhalen. Het staat met nog twee andere gedichten over Wim in mijn laatste bundel onbreekbaar.

Raak ze niet kwijt

2 oktober 2018
Ingezonden brief van Ted van Lieshout en Hans in Het Parool.
De krant wijzigde onze titel Raak ze niet in kwijt in een iets hardere variant:

Slauerhoff

15 september 2018

Vandaag 120 jaar geleden werd Jan Jacob Slauerhoff geboren. Hij overleed in Hilversum en daar zat ik op school. Ik vrat zijn romans Het verboden rijk, Het leven op aarde, Schuim en Asch en De opstand van Guadelajara. En zijn poëzie natuurlijk. Mijn eerste dichtbundel “maakte” ik toen ik 16 was met lijm en schaar: ik kopieerde Soleares van Slauerhoff en plakte alle blaadjes in een gemarmerd schrift. Stukgelezen.

Gouden Lijst 2018

8 september 2018

De BruutTAAL Gouden Lijst is een literaire prijs voor schrijvers van boeken voor jongeren van 12 tot en met 15 jaar. In deze levensperiode gaan jongeren vaak minder lezen. Omdat de CPNB dit jaar geen Gouden Lijst uitreikt, hebben wij (Ted van Lieshout en Hans Hagen) besloten om de door onszelf geïnitieerde prijs weer over te nemen. We zetten hem dit jaar voort zoals we hem in 2009 begonnen zijn.
We hebben 19 recensenten gevraagd om boeken uit 2017 te nomineren. De drie beste oorspronkelijk in het Nederlands verschenen boeken voor de leeftijdsgroep 12–15 jaar, én de drie beste in het Nederlands vertaalde boeken. De optelsom van die nominatielijstjes leidde tot de winnaars, en dat zijn:

Erna Sassen

• Gouden Lijst 2018 oorspronkelijk Nederlandstalig:
Er is geen vorm waarin ik pas – Erna Sassen (Leopold)

• Gouden Lijst 2018 vertaald werk:
Paard, paard, tijger, tijger – Mette Eike Neerlin
(Van Goor) – vertaling Bernadette Custers

Vandaag reikten we De Gouden Lijst uit in De Taalstaat, Radio 1, waarna Frits Spits winnares Erna Sassen interviewde. De vertaler van het winnende vertaalde boek was telefonisch in de uitzending.

BruutTAAL schenkt de winnaar van het oorspronkelijk Nederlandstalige boek 1000 euro. De winnaar van het vertaalde boek ontvangt ook 1000 euro, te verdelen tussen auteur en vertaler. BruutTAAL sponsort ook,
net als Gregor’s Lijsten, de gouden lijsten waarin de
twee winnende boeken worden ‘verpakt’.

BruutTAAL ontwikkelt lesmateriaal voor het voortgezet onderwijs bij de zeven genomineerde boeken, inclusief een wedstrijd (met prijzen) voor scholieren. Hierover volgt later meer informatie. De uitgevers hebben tekstfragmenten beschikbaar gesteld. Lessen en wedstrijd worden verzorgd door Nicky de Boer en Bea Ros, en door Michel Pijpers van BruutTAAL (een VO-methode Nederlands).

Voor schrijvers voor alle leeftijdsgroepen is er een prijs, behalve voor deze leeftijdscategorie. BruutTAAL en wij vinden het belangrijk om uit te dragen hoe belangrijk lezen is voor deze leeftijdsgroep, en dus ook voor schrijvers die zich daarvoor inspannen. We hopen dat deze opzet van De BruutTAAL Gouden Lijst eenmalig is en dat de CPNB in 2019 zélf komt met een nieuwe prijs of met voortzetting van de oude.

• Andere genomineerden oorspronkelijk Nederlands:
De zweetvoetenman   – Annet Huizing & Margot Westermann (Lemniscaat)
Niemands meisje        – Lydia Rood (Leopold)
De lovebus                 – Tjibbe Veldkamp (Querido)

• Andere genomineerden vertaald werk:
Woordnerd         – Susan Nielsen – vertaling Lydia Meeder en  Barbara Zuurbier Lemniscaat)
The Hate U Give – Angie Thomas – vertaling Jasper Mutsaers (Moon)

• Aan De BruutTAAL Gouden Lijst 2018 hebben de volgende recensenten meegewerkt: Linda Ackermans, Nicky de Boer, Toin Duijx, Jaap Friso, Mik Ghys, Jen de Groeve, Pjotr van Lenteren, Bas Maliepaard, Mirjam Noorduijn, Frauke Pauwels, Jürgen Peeters, Mirjam Pörtzgen – van der Zeeuw, Bea Ros, Eline Rottier, Joep van Ruiten, Annemarie Terhell, Sara Vanden Bossche, Thomas de Veen, Susan Venings

Go to Top